Lopen aan de Franse kust

Zoals voor velen van jullie werden ook onze vakantie plannen dit jaar gewijzigd. Dit keer stond er geen trip naar het buitenland voor een georganiseerde loop op het programma, maar gewoon een echte vakantie. Vanwege een gesloten hotel op Kos werd er besloten de auto naar Zuid-Frankrijk te pakken. Aangezien ik nog nooit met de auto op vakantie ben geweest is dat voor mij een hele uitdaging.

En de eerste uitdaging begon al met het inpakken van de spullen. Alles zo efficiënt mogelijk inpakken zodat het ook allemaal daadwerkelijk past. Nou die challenge heb ik gewonnen, want uiteindelijk had er zelfs nog wel meer in gepast. Dus gelukkig ook genoeg ruimte voor mijn loopschoenen.

Wel zouden we rustig aan naar het zuiden rijden met tussendoor 2 overnachtingen zodat de vakantie bij het vertrek van thuis al begint. En zo stond mijn eerste loop gepland op een tussen locatie.

De wekker werd al om 06:30 gezet zodat we nog een beetje de warmte voor konden blijven. Althans dat hoopten we, maar dat plan mislukte. Na 2 dagen in de auto te hebben gezeten en even wennen aan de heuvels en de warmte kon ik niet anders concluderen dan dat ik letterlijk pap in de benen had. Nadat er bijna een blaffende hond over een tuinhek sprong had ik er genoeg van. “Laten we terug naar het hotel lopen, meer zit er vandaag toch niet in”. Na een heerlijke douche was ik weer fris en fruitig om in de auto te stappen en weer verder te rijden.

Inmiddels zijn we alweer 2 dagen in St. Tropez en wilde ik het graag opnieuw proberen. Een mooie route hadden we al in ons hoofd, maar we wisten ook dat het niet makkelijk zou worden. Ons hotel ligt namelijk op een heuvel dus het laatste stuk zou zwaar gaan worden. Toch lekker naar beneden lopen richting de haven van St. Tropez om even ongegeneerd bootjes te kijken en dan weer terug. Op weg naar beneden kwam ik er achter dat de heuvel precies 1 kilometer is en naar beneden ging dat natuurlijk een stuk makkelijker.

Zelfs om 07:00 was het al druk naar het centrum toe, maar er stond tenminste nog geen file. In het centrum aangekomen lagen de boten natuurlijk nog wel aan de kant. Bijzonder om te zien hoe het personeel bezig is de boten weer spik en span te krijgen en de boodschappen aan boord brengen zodat daar straks weer het leven op kan beginnen. En stiekem ook wel leuk om ongegeneerd te gaan staan kijken. Dat vind ik ook het mooie aan hardlopen in het buitenland. In de vroege morgen in alle rust de straatjes van de vreemde stad ontdekken. Kijken waar de leuke tentjes zitten en zien hoe de stad ontwaakt.

Inmiddels liepen wij er niet echt St. Tropez waardig bij Het water droop langs mijn gezicht en mijn armen leken wel een spiegel met al dat zweet erop. Daarnaast hadden we het wel gezien dus besloten we terug te lopen. Eerst langs de kust, maar al snel was daar ons pad omhoog. Hoewel ik vast beraden was om in een stuk naar boven te lopen begon ik al snel te piepen en te kraken. Sommige stukken waren echt heel stijl. Mijn ademhaling zat heel hoog en daarom besloot ik na 700m toch een paar meter te wandelen. Ik kon echt niet meer. Gelukkig werd mijn ademhaling al snel rustiger en kon ik weer aanzetten voor het laatste stuk.

Blij dat ik was dat ik boven was… Jochem zat kort achter me aan. En voordat wij onze mondkapjes gepakt en opgedaan hadden kwam het hotel personeel al naar buiten met twee flesjes water en onze kamersleutel. Dat is pas service. Gezien hun gezichten vraag ik me af of ze al veel van dat soort gekken hebben gezien. In plaats van in de koude airco op de loopband te gaan staan voor dag en douw al naar buiten om te gaan lopen in de hitte.

Ain’t no mountain high enough

Deze week is mijn lichaam een beetje aan het protesteren. Ik denk dat ik ook wel weet hoe dat komt. Ik ben namelijk met 101 dingen bezig en mijn lichaam heeft daar denk ik een beetje genoeg van. Veel stress van van alles en nog wat en nu wil het denk ik rust. Gelukkig heb ik over een paar dagen vakantie.

Toch begon ik vandaag met volle moed aan mijn blokken training. Alleen direct bij de eerste brug ging mijn rug piepen en kraken. Afzetten lukte bijna niet waardoor ik besloot het programma even links te laten liggen en gewoon op gevoel te gaan lopen. Toen ik zag dat ik de 2e kilometer alweer liep in 5:39 begon ik toch wel te twijfelen of ik de juiste keuze had gemaakt.

Gezien de hitte op de vroege morgen besloot ik richting skiberg te gaan, want daar kan ik een beetje onder de bomen door lopen. Ik dacht nog bij mezelf maar vandaag laat ik de bergen wel even links van me liggen.

Totdat ik in de verte de uitkijktoren zag staan. Deze ben ik nog nooit opgeklommen vanwege m’n hoogtevrees. Wel heb ik het eerder geprobeerd maar dan draaide ik bij de 2e trap alweer heel snel om.

Vandaag zei iets in mij: “Ik ga het wel doen!” Eerder deze week werd mij namelijk tijdens een gesprek gevraagd of ik mezelf met een titel van een song kon omschrijven. Aangezien de meeste titels en artiesten niet in mijn hoofd blijven zitten vond ik dit een hele lastige vraag. En moest er echt even goed over nadenken. Ik wilde namelijk ook laten zien dat ik niet snel opgeef en geen uitdaging uit de weg ga. En daarom dat ik uiteindelijk kwam op: Ain’t no mountain high enough.

En daar moest ik vandaag aan denken tijdens mijn rondje rennen. Ik ga zowel op werk als privé gebied inderdaad geen uitdaging uit de weg. Ik hou er zelfs van. En opgeven? Dat komt ook niet in mijn woordenboek voor. Totdat ik de lucht in moet. Of het nou gaat om in een vliegtuig stappen of dat ik veilig achter de raam sta in een flat. Ik sta te bibberen op mijn benen. Laat staan als iets in de open lucht is dan sta ik niet alleen te bibberen op m’n benen, maar wordt ik ook misselijk.

En nu, nu heb ik zomaar ineens besloten dat ik die toren op ga klimmen. In de open lucht met een open trap, maar ik ga het doen. Ik rende er met volle moed naartoe. De eerste trap op. Oeps pff waarom wilde ik dit. Nog een trap verder. Ga ik dit echt doen?! Een voorzichtige blik naar boven bracht mij tot de conclusie dat het echt nog wel een aantal trappen zijn. Toch vind ik dat ik niet moet zeuren en gewoon door moet lopen. Voordat ik het weet ben ik over de helft. Daar begint mijn hartslag toch echt wel te stijgen, maar ik ben er aan begonnen en ik zal doorzetten.

Waar de energie en drive opeens vandaag kwam is mij nog altijd een raadsel. Toch ging ik door. De laatste treden welliswaar vastgeplakt aan de trapleuning, maar ik ging door. Nog 2 trappen, nu ga ik zeker niet meer opgeven. Nog 1, kom op Nik je bent er bijna. En daar stond ik dan opeens. Helemaal bovenin op de uitkijktoren. Het uitzicht boeide me niet zoveel. Ik wil een foto als bewijs en dan snel naar beneden. Na een troste selfie kon ik het ook niet laten om nog even foto’s van het uitzicht te maken, maar toen was het voor mij wel klaar. Ik heb mezelf overwonnen, ik ben helemaal naar boven gegaan en ik heb er foto’s van gemaakt.

Ain’t no mountain high enough!!