Je gaat sneller als je lacht

Vandaag stond de Midwinter Marathon in Apeldoorn op de planning. Een loop waar ik met gemengde gevoelens naar uit keek. Een ding wist ik op voorhand zeker, dit gaat voorlopig mijn laatste lange duurloop worden. Iets te veel mensen denken nu dat ik de marathon ga lopen 😉

Vorig jaar liep ik deze loop ook. Toen trainde ik voor de marathon en wilde ik deze loop oefenen in mijn beoogde marathontempo. Het marathontempo ging vorig jaar prima maar de rest ging voor geen meter. Ik vond het toen erg zwaar en ik liep in ieder geval niet lekker. Dat alles zorgde ervoor dat ik vandaag zenuwachtiger was dan normaal. Sinds lange tijd ging ik met een steen op mijn maag het startvak in.

Wat wel mooi is aan deze loop is dat ook Rotterdam goed vertegenwoordigd is in Apeldoorn. Vanuit Nesselande gingen wij met een bus vol richting Apeldoorn. Daar aangekomen zaten we in de Greenroom van de RMD, ook weer gevuld met mooie mensen die in ieder geval iets met de Rotterdam Marathon hebben. Het was ook weer een mooi weerzien van mensen. Op dezelfde verdieping als ons zaten ook de wedstrijdlopers. Ik moest dan ook wel even lachen toen een Slowaakse en Oekraïense aan mij vroegen of ik een foto van hun kon maken. Natuurlijk kan ik dat. Aan hun postuur te zien zouden ze vandaag heel hard gaan lopen.

Liepen we vorig jaar in de sneeuw en over ijsplaten, vandaag was het alleen maar regen, regen en heel veel regen.In het startvak besloot ik aan te sluiten bij een loopmaatje waarmee ik twee weken geleden nog de 23 kilometer liep. Van haar weet ik dat we ongeveer gelijk lopen dus dat is in ieder geval mooi om te starten. Gezien de ervaringen van vorig jaar zou uitlopen mijn doel worden.

In het startvak ging ik sneller van start dan ik verwacht. Ik ging er van uit dat het laatste startvak zeker een kwartier later dan de wedstrijdlopers zouden starten, maar na 6 minuten gingen ook wij al over de startstreep. Dat zorgde ervoor dat de poncho een stuk sneller uit moest dan gedacht. Dat ging even wat chaotisch bij mij.

Aan het begin van het parcours stonden nog veel mensen en muziek langs de kant van de weg. Een dik applaus voor hen met de regen van vandaag. Dat zorgde er ook voor dat we snel liepen. In ieder geval een stuk sneller dan dat ik had verwacht. Maar het voelde prima aan, dus waarom niet.

Regelmatig zag ik Jochem een meter of 30 voor me, dat voelde fijn aan. Hij is nu al een paar maanden aan het klooien met zijn suiker en moet dan onderweg stoppen om zijn suikerpijl op te krikken. Meestal heeft hij dan al wel een bepaalde verzuring in zijn lichaam waardoor het niet meer lekker loopt. Ik hoopte vandaag dan ook heel erg dat hij eindelijk weer eens “gewoon” kon lopen.

Intussen kletste ik heel wat af, wat geloof ik voor mij de eerste keer is tijdens een wedstrijd. Golfen, voetballen en hardloopreisjes. Van alles passeerde de revue en de kilometers tikte lekker weg. Ondanks het hoge tempo.

Bij een kilometer of 9 zag ik Jochem wandelen samen met zijn blikje cola. Hij gaf aan dat ik gewoon door kon lopen, maar toch baalde ik. Al snel had ik ook spijt dat ik was doorgelopen, want zou het wel goed gaan? 25 kilometer is dan echt lang. Maar goed hij gaf het zelf aan.

Al snel kwam de drankpost, waar ik altijd even wandel. Even rustig die paar slokken opdrinken en op mijn gemak mijn gelletje opeten. Mijn maatje liep door, ik stopte even om te kijken of ik Jochem al zag. Dat was niet zo dus ik besloot toch maar door te lopen. Even aanzetten, wellicht loop ik dan wel bij. Dat lukte me ook, na een kilometer of 2. Aangezien deze kilometers best heuvelachtig waren had me dat best wat kracht gekost. Het lukte me dan ook maar even om naast haar te blijven lopen, al snel werd het er net achter. En zo zag ik de afstand steeds groter worden.

Bij kilometer 14 zag ik haar iemand anders van de loopgroep inhalen. Maar al snel zag ik dat ook ik steeds dichterbij kwam. Oké dit gaat lekker, rustig aan maar wel doorgaan. Bijna bovenop de heuvel kon ik hem op zijn rug tikken. Helaas besloot hij om aan te zetten en al snel volgde de drankpost. Toen was ik hem echt kwijt.

Het was voor mij ook het punt dat ik het zwaar kreeg. Ik kreeg namelijk honger. In de middag lopen, daar heb ik vaak moeite mee en ook nu begon mijn maag te roepen om eten. Op het moment dat we de lange saaie weg op liepen besloot ik dan ook even rustig te wandelen om wat winegums naar binnen te werken. Meestal krijg ik daar wel weer energie van en in ieder geval een verzadigd gevoel. Even dooreten en weer door.

Toch voelde ik bij kilometer 17 dat dit niet voldoende zou zijn. Tot nu toe had ik me ook prima kunnen vermaken met om me heen kijken. Ik genoot van de bossen en heide, maar hier op een N-weg ging alles mij tegen staan. Om me heen kijken is hier steeds hetzelfde, ik heb honger en ook krijg ik pijntjes. Het begon in mijn voet, daarna in mijn knie en scheenbeen en toen dat was weggetrokken voelde ik mijn stuitje. En hoe zou het met Jochem gaan? Zal ik even stoppen en hem bellen? Maar hij pakt toch niet op. Dan maar doorlopen en bij de finish zien. Het gevecht tegen mijzelf was echt begonnen.

Ik besloot daarom om mezelf nog te trakteren op een gelletje, maar wel alleen als ik weer omhoog moet lopen. Naar beneden toe wil ik nog wel een beetje profiteren. Uiteindelijk liep ik eerst nog een stukje mee bergop, omdat ik net een groepje had ingehaald. Dat vind ik zelf altijd zo stom als ik ingehaald word en daarna gaan ze meteen wandelen. Dus nee dat ga ik zelf niet doen. Met een beetje spieken zag ik dat er wel weer een gaatje tussen zat. Dus dan nu maar snel aan de gel.

En voor ik het weet word ik weer ingehaald. Eerst twee groepjes en dan komt er wel een heel bekend iemand naast me lopen. En hij stopt ook nog eens. Daar is Jochem. Hij heeft alles op orde gekregen en is toen hard gaan lopen in de hoop dat hij mij nog tegen kwam. Nou dat is gelukt. Ik eet even rustig mijn gelletje op en hij begint nu aan de winegums. Zo kletsen we even over de laatste kilometers.

Dan zetten we samen aan en ik merk dat Jochem de laatste kilometers inderdaad snel heeft gelopen en nog in dat ritme zit. Ik laat daarom weer een gaatje vallen, want dit trek ik niet nog 6 kilometer. Ook lijkt het erop dat het ieder moment in mijn rug schiet zo, dus even een tandje terug. Ik had namelijk echt al wel een keer op mijn klokje gekeken en ik wist dat ik een mooie tijd zou gaan lopen. Toen de weg een heel lang stuk bergafwaarts ging voelde ik de pijn ook naar beneden zakken. Eerst in mijn bil, toen in mijn bovenbeen en daarna weg. Dat was mooi. Ik liet me dan ook steeds meer naar beneden vallen, de rem ging eraf. Wat ik soms best eng vond met die natte schoenen.

Voor ik het wist list ik weer op dezelfde weg als bij de start. En ik had nog over?! Bij de laatste 500 meter begon ik daarom langzaam al te versnellen. Toen ik nog 150 meter zag ging de rem eraf en trok ik nog een sprintje naar de finish. BAM! die is binnen, al had ik nog niet op mijn horloge gekeken. Iets voor me zag ik mijn loopmaatje lopen, maar ze hoorde me niet. Dan nog even een sprintje trekken om haar te feliciteren met haar eerste 25 kilometer. En vervolgens nog even een foto bij de finish.

In het theater ging ik mijn medaille laten graveren. Iets wat ik nog nooit eerder heb gedaan. Een tijdje geleden had ik dit gewonnen bij een prijsvraag. En stiekem vind ik het wel erg leuk, ik gok dat ik het vaker laat doen. Hier zag ik ook pas voor het eerst mijn officiële tijd 2:34:23. 11 minuten sneller dan vorig jaar…

2 gedachten over “Je gaat sneller als je lacht”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.