Het is stil

Overal is het stil. En ook ik ben stil. We moeten er voor elkaar zijn, maar tegelijkertijd is eigenlijk alles onwerkelijk. De straten zijn leeg en als ik op tv een film kijk is mijn eerste gedachte: ” Houdt afstand van elkaar!”. Hetzelfde denk ik als ik even een boodschap ga doen en iemand komt in mijn “aura”. Een aura van 1,5 meter momenteel. Alle clichés zijn waar, we zitten in een slechte film en niemand weet hoe lang het duurt. Maar toch doen we het allemaal wel. We vinden onze draai erin en we dealen ermee. De enige dag voel je je er beter bij dan de andere.

Er is de afgelopen weken veel gebeurd, maar dit is voor mij de eerste keer dat ik er iets over schrijf. Niet omdat er niet mee bezig ben geweest, niet omdat ik er niet over wilde schrijven. Maar ik wist niet goed wat ik erover kon zeggen. Iedereen is aangedaan en toch is alles relatief. Natuurlijk baal ik dat de Rotterdam Marathon, de Roparun en alle andere events die ik had staan zijn afgelast.

Net nu ik allerlei dingen op de planning had staan die ik eigenlijk al jaren wilde doen. Maar wie ben ik er om er van te balen terwijl er mensen in het ziekenhuis liggen te vechten voor hun leven of de mensen die nu opeens geen inkomen meer hebben doordat al het werk is weggevallen. Waar heb ik het dan nog over met mijn lopen?! Deze tweestrijd heeft ervoor gezorgd dat ik nog niet veel heb gedeeld.

Het is wennen om zoveel thuis te zijn en het verstoort mijn ritme. Mijn werk gaat door, met volle toeren heb ik het idee en daar ben ik eigenlijk wel blij om. Ik ben van 4 dagen naar 5 dagen pr week gaan werken en dat zorgt er in ieder geval voor dat ik bezig ben. Daarnaast is Jochem’s zoon de halve week bij ons waarbij we dus ook aan de slag mogen met het schoolwerk van een 7-jarige. En als het schoolwerk af is dan pas begint het echte werk. Een kind van 7 entertainen die opeens zijn vriendjes niet meer ziet en ook niet verder kan komen dan het tuinhek en dat terwijl het eigen werk ook gewoon doorgaat.

Een avond in de week mag ik Skypen met mijn oma. Zij zit namelijk in een verzorgingstehuis met de ziekte van Alzheimer. De eerste dagen dacht ze dat zij deze griep had veroorzaakt en voelde ze zich schuldig en verdrietig. Dat maakte mij ook verdrietig, want juist nu kunnen we niet naar haar toe om te zeggen dat het niet door haar komt. Gewoon een arm om haar heen slaan. En het duurt nog wel even voordat we naar haar toe mogen.

Wel belt ze veel. Maar ik merk dat deze ziekte juist in deze tijd erg moeilijk is. Opeens vraagt ze steeds aan mij waar Nikki is en of die bij mij is. Als ik zeg dat ik Nikki bent geeft ze aan dat ze die andere bedoeld. Voor mij als enig kind is het dan ook echt een raadsel wie ze bedoeld, maar ik reageer er niet meer op. Wel maakt dit me bang. Weet ze nog wie ik ben als ik wel weer langs mag komen? Of komt de tijd die ik sinds de diagnose gevreesd heb nu toch echt dichterbij?

Ik weet het niet, niemand weet het. En dit is een van de dingen die mij bezig houdt. En zo heeft iedereen ongetwijfeld zijn of haar eigen twijfels of onzekerheden. Het is wat het is nu en we moeten het er mee doen.

Hardlopen is normaal een goede uitlaatklep. Gedachte op 0, blik op oneindig en gaan. Of anders in ieder geval de gedachten weer ordenen. Toch heb ik er deze week moeite mee. Waar ik de eerste 2 weken prima kon gaan lopen en ook graag ging moet ik me nu echt vooruit schoppen. Het alleen lopen is niet echt mijn ding. Ik mis mijn loopmaatjes om elkaar er doorheen te trekken. Als het even kan proberen Jochem en ik wel samen te gaan of de kleine gaat op de fiets mee. Maar als dat allemaal niet lukt en ik moet alleen gaan dan is mijn motivatie 0.

Toch is het niet zo dat ik naast het werken alleen maar Netflix zit te kijken. In huis zijn zo’n beetje alle klusjes gedaan, de zolder is uitgezocht en opgeruimd en nu is de tuin aan de beurt. Plantenbakken gekocht, planten erin en nu worden de schuttingen opnieuw in de beits gezet. Allemaal leuk en aardig en natuurlijk ben ik er blij mee. Maar toch sporten was in mijn leven gekomen en dat moet er niet meer uit.

Daarom gebruik ik deze blog nu ook als een stok achter de deur. Vanaf vandaag ga ik minimaal 3x in de week lopen. Weer in een ritme komen al zal het een ander ritme zijn dan ik gewend was. Dat maakt niet uit. Ik denk dat iedereen wel heeft laten zien dat we ons kunnen aanpassen als het leven opeens zo drastisch veranderd. Dan kan ik een verandering in mijn hardloopritme ook wel aan.

Vandaag zou de Rotterdam Marathon zijn. Niet lullen maar lopen. Voor veel mensen de dag die al maanden groot omcirkeld in de agenda stond. Dat lopen gaat nu niet door, maar voor mij is deze hele periode een marathon. Iedere stap vooruit is een stap dichter bij de finish. De weg naar de finish is zwaar, maar opgeven is geen optie. Ergens in het Kralingse Bos wacht de man met de hamer, maar als je de Coolsingel op draait…. Nu ontbreken alleen de kilometer borden, je horloge geeft ook geen tussenstand aan dus geen idee waar we zijn, maar we komen er wel. En hopelijk kunnen we volgend jaar terugkijken op een gekke tijd, iets wat ik nooit meer hoop mee te maken. Maar hopelijk kunnen we dan tegen elkaar kunnen zeggen: “We hebben het geflikt met elkaar.”

Je gaat sneller als je lacht

Vandaag stond de Midwinter Marathon in Apeldoorn op de planning. Een loop waar ik met gemengde gevoelens naar uit keek. Een ding wist ik op voorhand zeker, dit gaat voorlopig mijn laatste lange duurloop worden. Iets te veel mensen denken nu dat ik de marathon ga lopen 😉

Vorig jaar liep ik deze loop ook. Toen trainde ik voor de marathon en wilde ik deze loop oefenen in mijn beoogde marathontempo. Het marathontempo ging vorig jaar prima maar de rest ging voor geen meter. Ik vond het toen erg zwaar en ik liep in ieder geval niet lekker. Dat alles zorgde ervoor dat ik vandaag zenuwachtiger was dan normaal. Sinds lange tijd ging ik met een steen op mijn maag het startvak in.

Wat wel mooi is aan deze loop is dat ook Rotterdam goed vertegenwoordigd is in Apeldoorn. Vanuit Nesselande gingen wij met een bus vol richting Apeldoorn. Daar aangekomen zaten we in de Greenroom van de RMD, ook weer gevuld met mooie mensen die in ieder geval iets met de Rotterdam Marathon hebben. Het was ook weer een mooi weerzien van mensen. Op dezelfde verdieping als ons zaten ook de wedstrijdlopers. Ik moest dan ook wel even lachen toen een Slowaakse en Oekraïense aan mij vroegen of ik een foto van hun kon maken. Natuurlijk kan ik dat. Aan hun postuur te zien zouden ze vandaag heel hard gaan lopen.

Liepen we vorig jaar in de sneeuw en over ijsplaten, vandaag was het alleen maar regen, regen en heel veel regen.In het startvak besloot ik aan te sluiten bij een loopmaatje waarmee ik twee weken geleden nog de 23 kilometer liep. Van haar weet ik dat we ongeveer gelijk lopen dus dat is in ieder geval mooi om te starten. Gezien de ervaringen van vorig jaar zou uitlopen mijn doel worden.

In het startvak ging ik sneller van start dan ik verwacht. Ik ging er van uit dat het laatste startvak zeker een kwartier later dan de wedstrijdlopers zouden starten, maar na 6 minuten gingen ook wij al over de startstreep. Dat zorgde ervoor dat de poncho een stuk sneller uit moest dan gedacht. Dat ging even wat chaotisch bij mij.

Aan het begin van het parcours stonden nog veel mensen en muziek langs de kant van de weg. Een dik applaus voor hen met de regen van vandaag. Dat zorgde er ook voor dat we snel liepen. In ieder geval een stuk sneller dan dat ik had verwacht. Maar het voelde prima aan, dus waarom niet.

Regelmatig zag ik Jochem een meter of 30 voor me, dat voelde fijn aan. Hij is nu al een paar maanden aan het klooien met zijn suiker en moet dan onderweg stoppen om zijn suikerpijl op te krikken. Meestal heeft hij dan al wel een bepaalde verzuring in zijn lichaam waardoor het niet meer lekker loopt. Ik hoopte vandaag dan ook heel erg dat hij eindelijk weer eens “gewoon” kon lopen.

Intussen kletste ik heel wat af, wat geloof ik voor mij de eerste keer is tijdens een wedstrijd. Golfen, voetballen en hardloopreisjes. Van alles passeerde de revue en de kilometers tikte lekker weg. Ondanks het hoge tempo.

Bij een kilometer of 9 zag ik Jochem wandelen samen met zijn blikje cola. Hij gaf aan dat ik gewoon door kon lopen, maar toch baalde ik. Al snel had ik ook spijt dat ik was doorgelopen, want zou het wel goed gaan? 25 kilometer is dan echt lang. Maar goed hij gaf het zelf aan.

Al snel kwam de drankpost, waar ik altijd even wandel. Even rustig die paar slokken opdrinken en op mijn gemak mijn gelletje opeten. Mijn maatje liep door, ik stopte even om te kijken of ik Jochem al zag. Dat was niet zo dus ik besloot toch maar door te lopen. Even aanzetten, wellicht loop ik dan wel bij. Dat lukte me ook, na een kilometer of 2. Aangezien deze kilometers best heuvelachtig waren had me dat best wat kracht gekost. Het lukte me dan ook maar even om naast haar te blijven lopen, al snel werd het er net achter. En zo zag ik de afstand steeds groter worden.

Bij kilometer 14 zag ik haar iemand anders van de loopgroep inhalen. Maar al snel zag ik dat ook ik steeds dichterbij kwam. Oké dit gaat lekker, rustig aan maar wel doorgaan. Bijna bovenop de heuvel kon ik hem op zijn rug tikken. Helaas besloot hij om aan te zetten en al snel volgde de drankpost. Toen was ik hem echt kwijt.

Het was voor mij ook het punt dat ik het zwaar kreeg. Ik kreeg namelijk honger. In de middag lopen, daar heb ik vaak moeite mee en ook nu begon mijn maag te roepen om eten. Op het moment dat we de lange saaie weg op liepen besloot ik dan ook even rustig te wandelen om wat winegums naar binnen te werken. Meestal krijg ik daar wel weer energie van en in ieder geval een verzadigd gevoel. Even dooreten en weer door.

Toch voelde ik bij kilometer 17 dat dit niet voldoende zou zijn. Tot nu toe had ik me ook prima kunnen vermaken met om me heen kijken. Ik genoot van de bossen en heide, maar hier op een N-weg ging alles mij tegen staan. Om me heen kijken is hier steeds hetzelfde, ik heb honger en ook krijg ik pijntjes. Het begon in mijn voet, daarna in mijn knie en scheenbeen en toen dat was weggetrokken voelde ik mijn stuitje. En hoe zou het met Jochem gaan? Zal ik even stoppen en hem bellen? Maar hij pakt toch niet op. Dan maar doorlopen en bij de finish zien. Het gevecht tegen mijzelf was echt begonnen.

Ik besloot daarom om mezelf nog te trakteren op een gelletje, maar wel alleen als ik weer omhoog moet lopen. Naar beneden toe wil ik nog wel een beetje profiteren. Uiteindelijk liep ik eerst nog een stukje mee bergop, omdat ik net een groepje had ingehaald. Dat vind ik zelf altijd zo stom als ik ingehaald word en daarna gaan ze meteen wandelen. Dus nee dat ga ik zelf niet doen. Met een beetje spieken zag ik dat er wel weer een gaatje tussen zat. Dus dan nu maar snel aan de gel.

En voor ik het weet word ik weer ingehaald. Eerst twee groepjes en dan komt er wel een heel bekend iemand naast me lopen. En hij stopt ook nog eens. Daar is Jochem. Hij heeft alles op orde gekregen en is toen hard gaan lopen in de hoop dat hij mij nog tegen kwam. Nou dat is gelukt. Ik eet even rustig mijn gelletje op en hij begint nu aan de winegums. Zo kletsen we even over de laatste kilometers.

Dan zetten we samen aan en ik merk dat Jochem de laatste kilometers inderdaad snel heeft gelopen en nog in dat ritme zit. Ik laat daarom weer een gaatje vallen, want dit trek ik niet nog 6 kilometer. Ook lijkt het erop dat het ieder moment in mijn rug schiet zo, dus even een tandje terug. Ik had namelijk echt al wel een keer op mijn klokje gekeken en ik wist dat ik een mooie tijd zou gaan lopen. Toen de weg een heel lang stuk bergafwaarts ging voelde ik de pijn ook naar beneden zakken. Eerst in mijn bil, toen in mijn bovenbeen en daarna weg. Dat was mooi. Ik liet me dan ook steeds meer naar beneden vallen, de rem ging eraf. Wat ik soms best eng vond met die natte schoenen.

Voor ik het wist list ik weer op dezelfde weg als bij de start. En ik had nog over?! Bij de laatste 500 meter begon ik daarom langzaam al te versnellen. Toen ik nog 150 meter zag ging de rem eraf en trok ik nog een sprintje naar de finish. BAM! die is binnen, al had ik nog niet op mijn horloge gekeken. Iets voor me zag ik mijn loopmaatje lopen, maar ze hoorde me niet. Dan nog even een sprintje trekken om haar te feliciteren met haar eerste 25 kilometer. En vervolgens nog even een foto bij de finish.

In het theater ging ik mijn medaille laten graveren. Iets wat ik nog nooit eerder heb gedaan. Een tijdje geleden had ik dit gewonnen bij een prijsvraag. En stiekem vind ik het wel erg leuk, ik gok dat ik het vaker laat doen. Hier zag ik ook pas voor het eerst mijn officiële tijd 2:34:23. 11 minuten sneller dan vorig jaar…

Lopen is soms net therapie

Deze week heb ik veel aan mijn hoofd gehad en ben ik met teveel dingen bezig. Ik had heftige gesprekken op het werk en ik werd pijnlijk geconfronteerd met de ziekte van mijn oma. Mijn oma is mijn alles en 5 jaar geleden is er bij haar de ziekte van Alzheimer geconstateerd.

Vaker hebben mijn moeder en ik tegen elkaar gezegd dat we weer in een nieuwe fase zijn beland. Steeds moeten we opnieuw afscheid nemen van een persoon waar we veel van houden. Net op het moment dat we gewend waren aan de “nieuwe” oma gaat ze weer achteruit. De ene keer kan ik hier beter mee omgaan dan de andere keer.

Deze week valt het zwaar, zeker omdat het steeds verder af gaat staan van de oma die ik me wil blijven herinneren. Iedere keer weer opnieuw afscheid nemen van iemand die er in feite nog is. Iemand zien aftakelen en alleen maar kunnen toekijken, dat vind ik heftig.

Wat mij dan echt helpt is een stukje gaan rennen. Niets moet alles mag, even helemaal in mezelf, blik op oneindig en gaan. Tussen het zweet vallen de tranen niet op, maar kan alles in mijn hoofd weer een plekje krijgen. En daarna, daarna kan ik de hele wereld weer aan.

Daarom besloot ik om op mijn laatste werkdag van deze week heel vroeg op te staan en naar mijn werk te gaan. Voor dit weekend had ik een duurloop van 15 kilometer op het schema staan. Van mijn werk naar huis zou 17 kilometer zijn waardoor het op zich ook nog eens prima in mijn schema past.

Waarom dan heel vroeg opstaan? Als ik alleen loop, vind ik het wel prettig om in ieder geval een groot gedeelte in het licht te lopen. Met een beetje geluk zou ik dan nog met het licht het bos door zijn. Het laatste stuk een verlichte drukke weg,dat is wel goed te doen in het donker.

Wel was het even puzzelen. Leuk idee dat teruglopen naar huis, maar ik heb wel altijd allerlei spullen mee naar mijn werk. De avond ervoor werd daardoor al kritisch de werktas bekeken, wat moet echt mee? Lang leve mijn trailvest want daar kan ik wel het een en ander in kwijt en kan makkelijk mee in de metro. Ook mijn kledingkeuze voor de dag werd zorgvuldig uitgedacht. Want alles wat ik aan heb moet tijdens het lopen op m’n rug. Een jurkje met sneakers leek me dan ook de makkelijkste oplossing.

Op het werk stonden ze even raar te kijken toen ik iets na 7 uur kantoor binnenstapte. Toen ik zei dat dat was omdat ik terug naar huis ging lopen leek het helemaal alsof ze water zagen branden. Tja de ideeën van een hardloper zijn soms gewoon niet te volgen voor niet lopers. Gedurende de dag kwam dan ook nog regelmatig een vraag als: “Ga je echt lopend naar huis?” of “Hoe lang denk je erover te doen dan?”. Toen ik zei dat het “maar” 17 kilometer was konden ze hun lach niet houden.

Blij was ik toen het tijd was om te gaan lopen. Alles in m’n rugzak en gaan. Ook op dat moment werd ik nog gewaarschuwd dat het echt heel koud was en of ik geen jas aan moest doen. Nee dit is mijn tenue en daarmee ga ik het doen, komt goed.

Aan de zuidelijke kant van Rotterdam ben ik niet heel bekend. Daardoor vond ik het wel spannend of ik wel goed zou lopen. Zeker omdat er na 1,5 kilometer al een omleiding op mijn route lag. Voordeel van van A naar B lopen is wel dat je op plekken komt waar je niet vaak komt. Ik vond het daarom ook echt genieten. Daarnaast liep ik naar de binnenstad toe, naar de Maas en dat vind ik echt een heerlijke plek om te lopen.

De Erasmusbrug was nog even een goede heuveltraining voor Apeldoorn volgende week. Langs het water naar de binnenstad, zo naar het Kralingse Bos. Plekken waar ik vaak met de auto langs rijdt, maar zo lopend valt je toch net wat meer op. En leuk om zo bijzondere plekken te ontdekken.

Het was lang geleden dat ik in mijn eentje een duurloop had gedaan. Onderweg heb ik het af en toe echt wel zwaar gehad, omdat ik nu echt ieder pijntje voelde en erover na kon denken. Maar over het algemeen heb ik heerlijk gelopen, mijn gedachte op 0 en mijn blik op de horizon gericht. En bij thuiskomst kon ik inderdaad weer heel de wereld aan.

Lopen is soms net therapie!

Soms zit het mee, soms zit het tegen

Waar ik vorige week hosanna was over mijn duurloop en het super lekker ging mocht ik het deze week meteen bekopen. Het was deze keer echt zwoegen bij m’n duurloop. De afgelopen week heb ik flink wat migraine gehad waardoor ik me niet echt lekker voelde. Ook zat mijn neus vol snot en wist ik dat ik zaterdag veel te weinig gedronken had wat ik vaak ook voel tijdens het lopen.

Daarom had ik voordat ik naar bed ging nog even een heel groot glas thee en een flink glas water genomen. Ook de wekker iets vroeger gezet zodat ik nog wat extra vocht kon innemen. En verder ging ik het allemaal wel zien. Ik had me ingesteld om 23 km te gaan lopen, maar toen ik zondag wakker werd had ik dat al heel snel bijgesteld naar ik zie het wel. Over 2 weken loop ik in Apeldoorn 25 km, maar ik heb afgelopen week ook ruim 22 km gelopen. Hierdoor had ik zoiets van niets moet alles mag.

Voordat ik vertrok heb ik mijn Camelbak gevuld met water zodat ik onderweg in ieder geval kon hydrateren. Ook mijn OV-kaart ging mee want dan kan ik onderweg altijd nog op de metro kon stappen. De strak blauwe lucht gaf hoop, de zon was zelfs zo vroeg al goed zichtbaar. En dat bleef gelukkig ook zo. Wat een heerlijk loopweer was het zeg! Lekker koud, maar tijdens het lopen een heerlijke temperatuur. De kilometers vlogen daardoor eigenlijk ongemerkt voorbij, zo doe ik mijn trainingen het liefst.

Onderweg heb ik veel gesproken over de langzame duurlopen. Vorig jaar heeft een van onze trainers dit principe uitgebreid uitgelegd alleen zie ik dat weinig mensen zie die zich er echt aan houden. Degene die het wel hebben gedaan hebben ook een mega sprong gemaakt qua snelheden. Jochem en ik hebben het er daardoor al vaker over gehad dat we hier meer mee willen gaan doen, maar gisteren bleek dat wij niet de enige zijn. Zo langzaam lopen dat je het idee hebt dat je bijna stil staat, maar waardoor het je lichaam ook minder kracht en energie kost.

We gingen ervoor, maar onderweg versnelde we vaak ongemerkt. Totdat iemand op een horloge keek waardoor we weer tot de conclusie kwamen dat we veel te snel gingen. Dan weer afzakken, dan hielden we ons er een tijdje goed aan totdat het voorgaande ritueel zich weer herhaalde. Dit werkte prima tot een kilometer of 17. Ondertussen nog mijn mooie herinneringen en ervaringen gedeeld over de Rotterdam Marathon. Ik krijg wel het idee dat ik de marathon en de voorbereiding veel rooskleuriger in mijn hoofd heb dan een jaar geleden daadwerkelijk zo was.

Af en toe spookt een voorjaarsmarathon voor 2020 ook nog door mijn hoofd. Maar zoals ik al vaker geschreven heb, focus ik me op New York in het najaar. Ondertussen ga ik lekker trailen, afvallen en snelheid opbouwen voor de Roparun. Dat is mijn doel voor het voorjaar. Maar toch… Ondanks dat 2021 nog ver weg is begin ik toch langzaam te denken aan London en Berlijn. Niet de makkelijkste marathons qua inschrijving, maar we kunnen het altijd proberen. Dat is het engeltje in mijn hoofd. Het duiveltje verteld me dat ik vorig jaar echt niet leuk vond, wat ik ook heel goed weet als ik eerlijk ben. En dat ik eerst het najaar maar eens moet gaan zien hoe de voorbereiding en de marathon van New York me bevallen. Ik ben benieuwd of het engeltje of het duiveltje gaat winnen in de komende maanden.

En zo dwalen mijn gedachte weer eens af naar het onderwerp marathons. Niet voor de eerste keer dus. Daarom terug naar de duurloop van gisteren. Het ging in eerste instantie allemaal veel lekkerder dan ik op voorhand had verwacht. Maar vanaf kilometer 17 was het te snel lopen opeens ook geen issue meer. Het leek wel alsof er lood aan mijn benen was gehangen, ik kreeg honger en mijn ademhaling zat hoog. Opeens wilde ik niets liever dan de metro pakken, maar doorlopen naar mijn huis was bijna net zover als terug naar de metro. En iets in mij wilde ook weer niet stoppen, ik was nu zo dichtbij. Over 2 kilometer kwam ik langs mijn huis als het dan nog steeds niks was kon ik daar afbuigen.

Dus nog even een reepje voor de honger. Ik leek wel een hijgend hert terwijl ik het reepje probeer op te eten. Mijn loopneus was daar mede de oorzaak van. Gelukkig liep ik nog altijd met een paar man en zag ik de voorste steeds verder bij me vandaan gaan. Toch deed het me uiteindelijk goed en kreeg ik toch nog een soort van opleving.

Bij de metro, ons vaste verzamel en finish punt, vroeg Jochem wat doen we. We zitten op 21,2. Ik riep dan ook heel moedig, ik loop door tot aan de 23 km. Mooi dan ga ik mee zei hij en uiteindelijk liepen er zelfs nog meer lopers mee. Voordat zij aangehaakt waren had ik alweer spijt van mijn opmerking. Oef mijn benen, daar zit toch echt wel de verzuring in. Op mijn tandvlees liep ik dan uiteindelijk de laatste 2 kilometer uit.

Maar ohw wat was het lekker toen ik klaar was. In de ochtend had ik niet durven hopen dat ik zover zou komen en nu toch maar weer gedaan. De laatste kilometers waren een gevecht tegen mezelf, maar ook dat hoort er soms bij.

En na de lekkere warme douche gunde ik mijzelf een Netflix uurtje met de benen omhoog. Want in de avond stond namelijk de Vrienden van Amstel live op het programma en mochten mijn benen weer opnieuw aan de slag op de dansvloer.

En dat… dat voel ik nu nog steeds

Te hard lopen of te hard genieten?

Vaak hoor ik om me heen dat ik te veel loop. Te veel wedstrijden, te lange afstanden. En ik roep zelf altijd:”overal waar te voor staat is niet goed’. Natuurlijk zijn dit allemaal goedbedoelde opmerkingen en vind ik het heel lief dat mensen bang zijn dat ik overbelast raak of geblesseerd. Dat zou namelijk ook mijn ergste nachtmerrie zijn. Ik ervaar het dan ook totaal niet als vervelend, maar ik vind het wel mooi om hier eens aandacht aan te besteden.

Mijn tweede naam is natuurlijk niet voor niets eigenwijs en daarom vaar ik blind op mijn eigen vertrouwen. Maar buiten dat ben ik ook echt van mening dat het wel meevalt. In 2019 heb ik iets minder dan 1400 kilometers gelopen, als ik om me heen kijk heb ik meer voorbij zien komen. Ik loop alleen veel wedstrijden en afgelopen jaar ook nog eens regelmatig in het buitenland waardoor deze bij iedereen goed op het netvlies blijven zitten.

Oké ik geef toe Reykjavik, Great North en de Disney challenge in 1 maand tijd met daartussen nog de Airborne freedom trail dat was inderdaad wel erg veel. Dat kan zelfs ik niet ontkennen. Maar ook hier heb ik wel mijn wedstrijden op ingedeeld. Ik wist dat ik in Engeland langzaam zou lopen en in Disney zelfs heel langzaam met alle fotostops tussendoor. Hierdoor heb ik veel van deze wedstrijden niet als belastend ervaren.

Ja, ik loop regelmatig een wedstrijd en na de marathon had ik een doel. Iedere maand een halve marathon lopen om zo de 21 km in de benen te houden. Het maakte me niet uit of dit gewoon met een duurloop zou zijn of. bij een evenement. Uiteindelijk werd dat stiekem best vaak tijdens een evenement. Waarom ik dan toch niet bang ben voor overbelasting? Ik hoef niet iedere wedstrijd een PR te lopen. Sommige wedstrijden kies ik uit, omdat ik de omgeving mooi vind of omdat het me in ieder geval mooi lijkt.

In het buitenland lopen Jochem en ik vaak samen, zeker als het warm is. Dan kletsen we onderweg met elkaar en wijzen we elkaar op de mooie bezienswaardigheden. Een foto onderweg is dan ook geen uitzondering. Het wordt dan een soort langzame duurloop alleen dan met verzorgde drankposten onderweg. Hier kan ik minstens net zoveel van genieten als van een PR. Hierdoor is er eigenlijk geen verschil met de duurloop die ik normaal op zondag in Rotterdam zou doen.

Als ik echt een pijntje voel loop ik niet totdat het pijntje weg is. Of ik moet langs de fysio zijn geweest die me groen licht heeft gegeven. Alleen merk ik dat ik zoveel sterker ben geworden na de marathon en niet alleen mijn lichaam maar ook in mijn hoofd. Hierdoor kan ik ook gewoon meer aan.

Een voorbeeld. Vorig jaar januari ging ik voor het eerst meer dan een halve marathon lopen. Naast dat ik er slapeloze nachten over had vond ik het echt heel zwaar. Mijn benen voelde de laatste kilometers aan als lood en dat terwijl we maar 23km liepen. Dat is eigenlijk maar 1,9 km meer dan een halve marathon. Ik moest hier echt voor werken, kon niet meer bij de groep blijven en kwam amper meer vooruit. De rest van de dag was ik nergens meer toe in staat en kreeg ik zelfs koorts verschijnselen. Dat is overigens iets wat ik vaak had na een zware inspanning maar sinds de marathonvoorbereiding nooit meer heb gehad.

Afgelopen zondag heb ik 22,5 km gelopen. Het liep echt lekker en heb niet het idee dat het me heel veel moeite heeft gekost. Ik heb geen seintje van pijn gehad, oké in de middag voelde me kuiten wat stram maar dat weerhield me niet om m’n hakken aan te trekken tijdens een bezoekje aan een vriendin. En of ik hakken aan kan is voor mij meestal een graadmeter hoe zwaar de inspanning is geweest. Is deze heel zwaar geweest dan worden het sneakers of platte schoenen. Heb ik geen last van de training dan kan ik in ieder geval hakken aan.

En valt een duurloop of een wedstrijd onverwacht tegen? Dan sla ik de dinsdagtraining over en pak ik een extra rustdag. Of ik doe een alternatieve training door een korte tempoloop of een bootcamples mee te pakken. En zo blijf ik steeds naar mijn lichaam luisteren. Iets wat ik toen ik net begon met hardlopen vaak niet deed. Toen was ik ook om de haverklap geblesseerd. Nu valt dat allemaal reuze mee en zijn de echte blessures van afgelopen jaar op 1 hand te tellen. Al hoop ik natuurlijk niet dat ik nu de goden verzoek en op korte termijn weer geblesseerd raak.

Naast alleen het hardlopen heb ik afgelopen jaar veel aan mijn kracht gewerkt, met name in de core. En natuurlijk heeft het afvallen geholpen. Maar al met al kan ik concluderen dat ik gewoon sterker, beter en fitter ben geworden waardoor ik meer aan kan.